Online-Jurist.com

Online-Jurist.comOnline-Jurist.com

         juridisch advies online

      
 

 
 

online jurist Online Jurist Blog  

02-02-2015 Nieuwe Wetgeving per 1 januari 2015  

 

Zoals ieder jaar treden er op 1 januari een aantal nieuwe regels in werking. Hieronder een kort overzicht.  

Bron: rijksoverheid 

 

1. Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) 

 

Gemeenten zijn ervoor verantwoordelijk dat mensen die niet zelfredzaam zijn zolang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. De gemeente biedt in dat kader maatwerk begeleiding en dagbesteding, ondersteuning om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten, opvang in geval van huiselijk geweld en eventueel een plaats in een beschermde woonomgeving voor mensen met een psychische stoornis. De gemeente kan hiervoor een eigen bijdrage vragen. 

 

Onder bepaalde omstandigheden kan de gemeente een persoonsgebonden budget (pgb) verzorgen. De betaling verloopt vervolgens via de Sociale Verzekeringsbank.  

 

2. Startups 

Veelbelovende buitenlandse ondernemers van buiten de Europese Unie die in Nederland een bedrijf willen starten krijgen van Staatssecretaris Teeven een verblijfsvergunning voor 1 jaar. In dat jaar mogen zij hun plannen realiseren, ook indien zij nog niet voldoende startkapitaal hebben om voor een verblijfsvergunning als zelfstandige in aanmerking te komen. Met deze regeling beoogt men de innovatie in het bedrijfsleven aan te wakkeren. 

3. Wettelijke rente 

De wettelijke rente voor niet-handelstransacties gaat omlaag van 3% naar 2%. De wettelijke rente voor handelstransacties blijft ongewijzigd staan op 8,15%. 

4. Bieden op huis via internet 

Bij de gedwongen verkoop van een huis kan de particuliere eigenaar zelf via internet een bod doen, om de kans te verkleinen dat het huis flink beneden de marktwaarde wordt verkocht. Daarnaast krijgen particulieren meer mogelijkheden op de internetveiling, die onder toezicht van een notaris staat. Ook wordt het bieden eenvoudiger en laagdrempeliger. 

5. Nieuwe thuiskopieheffingen 

De thuiskopieheffingen dalen fors met 30%. Dit vanwege een uitspraak van het Europese Hof van Justitie waarin werd bepaald dat de schade door illegaal gebruik niet mag worden verdisconteerd in het bedrag van de heffing. Inmiddels hebben we ook een downloadverbod in Nederland. 

6. Afschaffing geschriftenbescherming 

Met ingang van 1 januari 2015 beschermt de Auteurswet alleen nog maar oorspronkelijke werken die het persoonlijke stempel van de maker dragen. Op telefoongidsen, catalogi, dienstregelingen, programmaboekjes en gebruiksaanwijzingen rust vanaf nu geen auteursrecht meer. Informatie daaruit mag thans letterlijk worden overgenomen, net zoals bij werken die zich in het publieke domein bevinden. 

7. Verplegers in het verkeer 

Asociaal gedrag op de weg wordt vanaf heden niet langer middels een administratieve boete afgedaan. Veelplegers van verkeersovertredingen worden vanaf nu strafrechtelijk aangepakt en komen daarbij direct in beeld bij Justitie. De aanpak wordt aldus aangescherpt. 

8. Herziening maatregelen kinderbescherming 

De gronden voor kinderbeschermingsmaatregelen worden herzien en de rechtspositie van ouders en hun kinderen wordt versterkt. Gecertificeerde instellingen moeten binnen de toezichtstelling sneller en effectiever gaan werken. Mede in geval van de gedeeltelijke overheveling van het ouderlijk gezag naar de instellingen tijdens een uithuisplaatsing. 

9. Beloningsregels voor curatoren en bewindvoerders 

Er gelden per direct eenduidige regels ten aanzien van de vaststelling van de beloning voor bewindvoerders, curatoren en mentoren. Er komt een uniforme regeling die ongelijkheden tussen arrondissementen moet voorkomen. Uitgangspunt is dadelijk een forfaitaire jaarbeloning naar rato van het aantal gewerkte uren. 

10. Arbitrage 

Een nieuwe set met arbitragereglementen beoogt de administratieve lasten van een arbitrageprocedure te verlagen en Nederland aantrekkelijker te maken voor internationale procedures. Processtukken kunnen emailsweegs worden verstuurd en deponering van het vonnis bij de rechtbank is niet langer verplicht. De nieuwe regels besparen de belanghebbenden tijd en geld. 

11. Jeugdwet 

Er komt een nieuw jeugdstelsel waarbij gemeenten de regie krijgen over het uitvoeren van jeugdreclassering en kinderbeschermingsmaatregelen. 

12. Witwassen en fraude. 

De strafbaarstelling van misbruik van gemeenschapsgeld zoals subsidiegelden wordt verruimd. In zijn algemeenheid gaan de straffen voor corruptie en witwassen omhoog. De strafmaxima voor de verschillende vormen van witwassen worden verhoogd, om zodoende crimineel gewin harder en effectiever te kunnen aanpakken. Er gaan maximale gevangenisstraffen van 6 tot 8 jaar gelden, hetgeen aanzienlijk is voor Nederlandse begrippen. 

13. Voorlopige hechtenis 

Verdachten kunnen vaker in voorlopige hechtenis worden genomen, in afwachting van hun berechting via snelrecht. Verdachten van geweldsmisdrijven in de publieke ruimte of geweld tegenbrandweer, politie en ambulancepersoneel komen dan niet op vrije voeten voordat de snelrechtzitting heeft plaatsgehad. 

14. Recht op informatie in strafprocedures 

De implementatiewet van de Europese Richtlijn recht op informatie in strafzaken treedt in werking. Nieuw is dat elke verdachte die is aangehouden een schriftelijke mededeling van zijn rechten krijgt aangereikt. In die folder staan diens rechten opgesomd, zoals het recht op bijstand van een advocaat en een tolk in geval men de Nederlandse taal niet voldoende beheerst. En het recht om te zwijgen dan wel zichzelf niet te incrimineren (cautie). In Amerika noemt men dit de Miranda warning (you have the right to remain silent etc. ). Ook verdachten die worden aangehouden vanwege de uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel ontvangen deze schriftelijke cautie. Verdachten die niet zijn aangehouden maar wel worden verhoord in verband met een strafbaar feit worden mondeling op hun rechten gewezen.   

15. Toezicht advocatuur 

Er komt een nieuw college van toezicht dat bestaat uit 3 leden waarvan de landelijke deken voorzitter wordt. Dit college gaat systeemtoezicht uitvoeren waarbij de landelijk deken de verbindende persoon wordt tussen de lokale dekens. Het college geeft het controlebeleid vorm en bepaalt de eisen waaraan het toezicht van alle advocaten aan moet voldoen.  

-

05-08-2014 Werkgevers opgelet: het arbeidsrecht verandert!

 

Het heeft even geduurd, maar nu ligt het er dan: het nieuwe wetsvoorstel Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Het wetsvoorstel beoogt het arbeidsrecht aan te passen aan de veranderde verhoudingen op de arbeidsmarkt. Er moet-aldus het Kabinet- een beter evenwicht komen tussen flexibiliteit en zekerheid. Ten gevolge van dit wetsvoorstel verandert per 2015 het arbeidsrecht op een aantal belangrijke punten. Voor u als werkgever kan dat belangrijke consequenties hebben. Wat verandert er voor u en waar moet u vanaf 2015 rekening mee houden? Lees het hier!

1. Flexwerkers worden vanaf 1 januari 2015 beter beschermd

Proeftijd

Onder de oude wetgeving mocht u in een arbeidsovereenkomst een proeftijd opnemen, ongeacht de (beoogde) duur van het dienstverband. Per 1 januari 2015 verandert dat. Indien er een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van maximaal 6 maanden, mag u daar geen proeftijd meer in opnemen. Dat geldt ook voor een aansluitend contract.  

Concurrentiebeding

Ook het concurrentiebeding mag niet meer ‘zomaar’ in een arbeidsovereenkomst met een flexwerker worden opgenomen. In tijdelijke contracten mag alleen nog een concurrentiebeding staan als er sprake is van zwaarwichtige bedrijfs- of dienstbelangen. U zult dan uitvoerig in de overeenkomst moeten motiveren waarom er sprake is van dergelijke belangen. Blijkt de zwaarwichtigheid aan die belangen te ontbreken, dan zal het concurrentiebeding als nietig worden aangemerkt.

Aanzegtermijn

Als uw medewerker een contract heeft voor 6 maanden of langer dat automatisch eindigt, dan moet u uiterlijk één maand voor het einde van de overeenkomst schriftelijk aan de medewerker laten weten of u de overeenkomst wel of niet wilt verlengen.

Minderjarige werknemers

Als u medewerkers in dienst heeft die jonger zijn dan 18 jaar en maximaal 12 uur per week werkzaamheden verrichten, dan gelden de nieuwe ketenbepaling en de regels omtrent de transitievergoeding niet. U leest daar hieronder meer over.

2. Tijdelijke medewerkers krijgen eerder een vast dienstverband: de nieuwe ketenbepaling

Omdat de regels inzake de ketenbepaling wijzigen, krijgt uw medewerker eerder een vast contract. Als tijdelijke arbeidsovereenkomsten elkaar binnen 6 maanden opvolgen, dan ontstaat er binnen een periode van 2 jaar òf bij het 4e opeenvolgende contract een vast dienstverband. Onder de oude wetgeving was daarvan pas sprake indien tijdelijke overeenkomsten elkaar binnen 3 maanden opvolgden binnen een periode van 3 jaar. De nieuwe ketenbepaling gaat in per 1 juli 2015.

3. Transitievergoeding bij ontslag

Als u een tijdelijke of vaste medewerker die gedurende 2 jaar bij u in dienst is geweest wilt ontslaan, dan betaalt u per 1 juli 2015 een transitievergoeding. De medewerker wendt deze vergoeding aan voor (om)scholing naar ander werk of outplacement.

Hoogte transitievergoeding

De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van het aantal jaren dat de uw medewerker bij u in dienst is geweest en kan -uitzonderingen daargelaten- oplopen tot maximaal 75.000 euro.  

-           In de regel bedraagt de transitievergoeding voor een ontslagen werknemer 1/3 maandsalaris per gewerkt dienstjaar.

-           Bij een dienstverband van tien jaar of langer wordt de transitievergoeding vanaf het tiende jaar verhoogd naar ½ maandsalaris per dienstjaar.

-           Indien de werknemer ouder is dan 50 jaar èn een dienstverband heeft genoten van meer dan 10 jaar, dan heeft hij vanaf het tiende dienstjaar recht op een vergoeding van 1 maandsalaris per dienstjaar. Heeft u echter 25 of minder werknemers in dienst, dan geldt deze regel niet voor u.

Een belangrijke uitzondering op de maximale hoogte van de transitievergoeding geldt indien uw werknemer meer dan 75.000 euro per jaar verdiende. In dat geval bedraagt de vergoeding maximaal een jaarsalaris. Het is overigens mogelijk om met uw medewerker een betalingsregeling inzake de vergoeding overeen te komen.

Geen vergoeding

In een aantal gevallen geldt dat u als werkgever geen transitievergoeding aan uw werknemer verschuldigd bent. Het gaat dan om de volgende gevallen:

-           Het ontslag is het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de betrokken medewerker;

-           De betrokken werknemer is 18 jaar of jonger en verricht arbeid gedurende maximaal 12 uur per week;

-           De betrokken medewerker heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;

-           In geval van uw faillissement, surseance van betaling of indien er sprake is van een traject in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.

Ontslagvergoeding

Is het ontslag ernstig verwijtbaar aan u of aan de medewerker? De rechter kan in dat geval een ontslagvergoeding toekennen die hoger of lager uitvalt dan de transitievergoeding.

4. Nieuwe regels ontslagrecht

Onder het nieuwe wetsvoorstel verandert de ontslagprocedure. De nieuwe regels gelden vanaf 1 juli 2015. Afhankelijk van de reden van het ontslag, volgt u een procedure bij het UWV of de kantonrechter. Ook wordt het mogelijk om het ontslag te laten toetsen door een sectorcommissie. Stemt de betrokken werknemer echter schriftelijk in met het ontslag, dan hoeft u geen van de bovengenoemde procedures te volgen. Let wel: de werknemer krijgt twee weken bedenktijd. Hij kan in die tijd (juridisch) advies inwinnen en zijn instemming ook weer intrekken. Houdt u daar dus rekening mee.

UWV-procedure

In geval van een ontslag wegens bedrijfseconomische belangen of wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, dient u de UWV-procedure te volgen. Als het UWV geen toestemming geeft, mag u de betrokken werknemer –uiteraard- niet ontslaan. U kunt in dat geval wel een procedure bij de kantonrechter initiëren: diens toestemming vervangt dan het oordeel van het UWV. Als het UWV wel akkoord gaat, mag u uw werknemer ontslaan. Houd er in dat geval echter rekening mee dat ook de werknemer naar de kantonrechter kan stappen en om herstel van de arbeidsovereenkomst kan verzoeken.

Procedure bij de kantonrechter

Als de arbeidsverhouding met uw werknemer verstoord is, kunt u de kantonrechter om beëindiging van de arbeidsrelatie verzoeken. Hetzelfde geldt indien de werknemer- om welke reden dan ook- niet goed functioneert. Ontvangt de betreffende werknemer reeds een AOW-uitkering en werd de arbeidsovereenkomst aangegaan voor het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd? Dan is een procedure bij het UWV of de kantonrechter niet nodig.

Sectorcommissie

Vanaf 1 juli volgend jaar wordt het ook mogelijk om een voorgenomen ontslag te laten toetsen door een sectorcommissie. Hiervoor is wel vereist dat die mogelijkheid is vastgelegd in een CAO.

5. Nieuwe regels WW vanaf juli 2015

Ten gevolge van het wetsvoorstel WWZ verandert ook de Werkloosheidswet (WW) op een aantal punten. Ontvangt u WW? Onder de nieuwe wetgeving krijgt u nog maar een half jaar de tijd om te zoeken naar werk op uw eigen opleidingsniveau. Daarna wordt alle arbeid als passend aangemerkt.

Het huidige systeem van urenverrekening wordt vervangen door een systeem van inkomensverrekening. Als u naast uw WW deels betaalde arbeid verricht, worden de gewerkte uren naar het huidige model nog verrekend met de door u te ontvangen uitkering. Dit geldt zelfs als uw inkomen lager is dan de WW. Daardoor is het mogelijk dat uw totaalinkomen (sterk) daalt. Onder het nieuwe systeem van inkomensverrekening wordt enkel nog een deel van (extra) inkomsten verrekend met de WW. Het andere deel wordt niet meer in mindering gebracht.

Ook van belang is dat de maximale duur van de WW wordt verkort. Geldt onder de oude wetgeving nog een maximale duur van 38 maanden, onder de nieuwe regelgeving wordt die duur verkort naar 24 maanden. Een werkgever heeft echter wel de mogelijkheid om afspraken over eventuele aanvulling van de WW vast te leggen in de CAO.

Voor de duur van de WW is uw arbeidsverleden van belang. Onder de huidige wetgeving geldt dat u voor elk dienstjaar 1 maand WW ontvangt. Onder de nieuwe wetgeving geldt dit alleen voor de eerste tien jaar van het dienstverband. Vanaf het tiende jaar ontvangt u voor elk jaar arbeidsverleden een halve maand WW. Deels zal er overigens enige compensatie plaatsvinden door de nieuw in te voeren transitievergoeding.

Heeft u nog vragen of heeft u hulp nodig met het doorvoeren van wijzigingen? Wacht niet te lang en vraag ons om advies!

-

Online Jurist Blog

15-07-2014 Belangrijke wettelijke wijzigingen per 1 juli 2014 

 

Hieronder een aantal belangrijke wijzigingen in wetgeving ingaande op 01-07-2014.

 

Advocaten die de belangen behartigen van slachtoffers (dan wel hun nabestaanden) van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven dienen naast de driejarige Beroepsopleiding Advocaten vanaf 1 juli een verplichte basisopleiding slachtofferadvocatuur te volgen. In deze basisopleiding komen zowel de civielrechtelijke als de strafrechtelijke aspecten van bijstand aan deze groep slachtoffers aan bod.

Het minimumloon wordt vanaf 1 juli 2014 verhoogd naar € 1.495,20 bruto per maand. De aan het minimumloon gekoppelde uitkeringen, waaronder de AOW, WIA, WW, WWB, ANW en WAO stijgen eveneens.

Taxibedrijven moeten aan nieuwe eisen voldoen met betrekking tot een boordcomputer. Deze boordcomputer registreert automatisch de ritgegevens en vervangt op termijn de rittenstaat en de werkmap. Er bestaat een subsidieregeling voor de aanschaf van de boordcomputer.

Er gelden strengere regels voor het werken met asbest. De blootstellingsgrenzen voor de verschillende soorten asbest zijn fors aangescherpt. Werkgevers zijn verplicht om, afhankelijk van de risicoklassen waarin de asbestwerkzaamheden (verwijdering) plaatvinden, bepaalde maatregelen te nemen die werknemers beschermen tegen blootstelling. Blootstelling dient gemeld te worden aan de Inspectie SZW. Bij geplande asbestsanering uiterlijk 2 dagen voordat de werkzaamheden een aanvang nemen. Bij onverwachte expositie dient melding aan de Inspectie SZW direct, dus onverwijld plaats te vinden.

Er is een regeling wijn en olijfolie in het leven geroepen. In deze regeling zijn voorschriften omtrent de bereiding, etikettering en het vervoer van wijn opgenomen. Ook bevat de regeling administratieve verplichtingen waaronder voorraad en productieopgaven.

Werkgevers kunnen onder bepaalde voorwaarden een premiekorting krijgen van € 3.500 per jaar indien ze jongere werknemers (jonger dan 27 jaar) in dienst nemen. De werknemer heeft daartoe, afhankelijk van de uitkering die hij geniet voorafgaand aan indiensttreding, een doelgroepverklaring nodig van het UWV (WW) dan wel de gemeente (Bijstand).

Er gelden met ingang van 1 juli 2014 nieuwe pachtnormen, waaronder maximale pachtprijzen. De hoogst toelaatbare pachtprijzen worden berekend op grond van de uitgangspunten van het pachtprijzenbesluit. De pachtprijs is ondermeer afhankelijk van het soort pachtnorm, de regio en of de pachtovereenkomst voor of na 2007 is gesloten.

Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is uitgebreid met een nieuwe titel 2D inzake pandbeleningen. De Pandhuiswet 1910 is komen te vervallen. In de nieuwe titel 2 D worden klanten van pandhuizen beter beschermd. Pandhuizen moeten vanaf 1 juli aan verruimde wettelijke verplichtingen voldoen, zoals de klant vooraf informeren over de prijs, de rente en de terugbetalingstermijn. Ook is er een minimumtermijn van 2 maanden geïntroduceerd waarbinnen de klant de mogelijkheid heeft aan zijn verplichtingen te voldoen i.e. het geld terug te betalen inclusief rente. Vervolgens kan de klant zijn spullen terug krijgen. Het maximum rentepercentage is voorts vastgesteld op 4,5% op maandbasis. Exorbitant hoge rentevergoedingen zijn niet langer toegestaan. Dit om misbruik tegen te gaan.

De Kamer van Koophandel rekent vanaf 1 juli 2014 € 7,50 voor een digitaal gewaarmerkt uittreksel. Het digitale uittreksel is derhalve niet langer gratis en kan online worden besteld op de website van de KvK.

Vanaf 1 juli 2014 vervalt de Gecombineerde Vergunning Verblijf en Arbeid (GVVA) voor sleutelpersoneel en specialisten van internationale concerns en van trainees in concernverband. Deze categorieën werknemers vallen vanaf heden in de groep intra-concern uitzendingen. De werkgever dient voor deze werknemers zowel een tewerkstellingsvergunning (TWV) bij het UWV aan te vragen, alsook een verblijfsvergunning bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Verhuurders mogen onder bepaalde voorwaarden een extra huurverhoging berekenen aan huurders van woonruimte met een midden of hoger inkomen. De huurverhoging geldt alleen voor sociale huurwoningen en niet voor de vrije sector.

Nieuwe scholen, ziekenhuizen en kantoren krijgen een verplicht energielabel. Bij oplevering van utiliteitsgebouwen volgt een controle op energiebesparende maatregelen. Bouwbedrijven moeten kunnen aantonen dat de gebouwen voldoen aan de uitgebreide energieprestatie. Het energielabel is eveneens verplicht bij verhuur of verkoop van een dergelijk gebouw. De EPC uit het Bouwbesluit is niet langer voldoende. De gemeente is belast met de handhaving van de regeling.

Senioren vanaf 70 jaar die in het bezit zijn van het Klein Vaarbewijs zijn niet langer verplicht zich elke 5 jaar te laten keuren. De regeling treedt nog dit vaarseizoen in werking, te weten op 1 juli 2014. Schippers die bijvoorbeeld in augustus 2014 op herkeuring zouden moeten, vanwege het bereiken van de leeftijd van 70 jaar, hoeven dit dus niet meer te doen. Ouderen zijn steeds vitaler en de regeling leidt tot een vermindering van administratieve lasten. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat de seniorenkeuring niet tot een significante verbetering van de veiligheid op het water heeft geleid. Een vaarbewijs is voorgeschreven voor plezierboten langer dan 15 meter of voor schepen die sneller kunnen varen dan 20 km per uur. De oude pasjes met de geldigheidsdatum / ‘’pensioendatum’’ blijven gewoon geldig.

Bedrijfsmatige houders van gezelschapsdieren (waaronder fokkers, pensions, dierenwinkels, organisatoren van tentoonstellingen en dierenasielen) krijgen te maken met het besluit houders van dieren. Daarin staan regels voor de huisvesting, gezondheid en verzorging van gezelschapsdieren (zoals honden en katten), het fokken en de vakbekwaamheid van de houder. Verkopers mogen geen dieren meer aan jongeren onder de 16 jaar verkopen, de dieren niet in de etalage van de winkelruimte zetten en moeten kopers schriftelijke voorlichting geven over het gekochte dier.

Per 1 juli 2014 gaan de tarieven voor bellen en internetten binnen de Europese Unie omlaag. Er gelden maximumtarieven waar aanbieders niet overheen mogen gaan. Hierdoor is de consument beter beschermd tegen hoge kosten als de mobiele telefoon wordt meegenomen op reis. Worden er toch hoge roamingkosten in rekening gebracht dan kan de Autoriteit Consument en Markt maatregelen treffen tegen de betreffende aanbieders van telecommunicatiediensten (de mobiele providers).

De Tabakswet wordt per 1 oktober 2014 gewijzigd. De wetgever heeft besloten dat er een rookverbod komt voor de gehele horeca, dus ook voor kleine kroegen zonder personeel. Roken is derhalve nergens meer toegestaan in de horeca.

Online gokken wordt vanaf 2015 legaal. Er komt een vergunningenstelsel met overheidstoezicht. Ratio van de wijziging in de Wet op de kansspelen is regulering en bescherming tegen verslaving. De hoop is dat veel gokkers de overstap naar legale goksites zullen maken. Er zal 20% kansspelbelasting worden geheven. 

-

10-06-2014 Nieuwe wetgeving voor webwinkels

Dit jaar wordt de Europese Richtlijn Consumentenrechten geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. De richtlijn treedt op 13 juni 2014 in werking. Heeft u een webwinkel? Wettelijk gezien zijn dan de bepalingen inzake koop op afstand op u van toepassing. Met de invoering van de nieuwe regelgeving veranderen er een aantal dingen voor u als webwinkelier (in B2C situaties). De belangrijkste veranderingen zetten we voor u op een rijtje, zodat u zich kunt voorbereiden en goed beslagen ten ijs komt.

1. Informatieplicht

Een webwinkelier moet de consument uitgebreid informeren over onder meer de inhoud van de overeenkomst en de kenmerken van een product of dienst. Daarnaast moet voor de consument duidelijk zijn met wie hij de overeenkomst aangaat. Dergelijke informatieplichten waren er onder de oude wetgeving óók al. Belangrijk verschil is echter dat een winkelier de consument nòg uitgebreider moet informeren dan tot op heden het geval was. Bovendien moet hij - tot op zekere hoogte- rekening houden met de mogelijke mediums (pc, smartphone, tablet) die de koper gebruikt en duidelijke - dat wil zeggen: voor iedereen begrijpelijke taal gebruiken. In Nederland dus in ieder geval de Nederlandse taal.

De informatie moet snel en eenvoudig vindbaar zijn voor de consument, zodat deze de informatie rustig kan lezen alvorens iets te bestellen. Het verdient aanbeveling de informatie- zo mogelijk- vóór het sluiten van de overeenkomst aan te bieden op een (downloadbare) PDF-file. Vergelijk dit met het terhandstellingsvereiste bij algemene voorwaarden. Gebeurt dat niet, dan moet u er als webshopwinkelier voor zorgen dat de koper de vereiste informatie alsnog krijgt bij afronding van de bestelprocedure of tijdens de levering van de goederen of diensten.

Tot slot moet u ervoor zorgen dat een consument ervan doordrongen is dat hij door bestelling van bepaalde goederen of diensten een betalingsverplichting op zich neemt. Daartoe is het noodzakelijk dat er een acceptatieknop aan het einde van het bestelproces wordt toegevoegd die dit uitdrukkelijk meedeelt aan de consument.

2. Het herroepingsrecht

Onder de oude wetgeving had de consument nog zeven werkdagen de tijd om definitief te besluiten of hij gebruik wilde maken van de overeengekomen diensten, dan wel de hem toegezonden producten wilde houden. Dat verandert. Vanaf 13 juni krijgt een consument 14 kalenderdagen bedenktijd. Maakt de afnemer binnen de deze bedenktijd duidelijk dat hij het hem toegestuurde product niet wil gebruiken, dan krijgt hij nog eens 14 kalenderdagen de tijd om het product terug te sturen.

Een webshophouder moet de consument duidelijk en uitgebreid informeren over dit herroepingsrecht. Er wordt in ieder geval van u verlangt dat u de consument informeert over:

-           De voorwaarden, de termijn en de wijze waarop dat herroepingsrecht kan worden gebruikt; 

-           De mededeling dat de consument de kosten van het terugzenden van de goederen betaalt bij ontbinding van de overeenkomst;  

-           De vermelding van de kosten van het terugzenden wanneer de goederen niet per 'gewone post' kunnen worden teruggezonden;  

-           De mededeling dat de consument redelijke kosten van een deels gebruikte dienst moet betalen als hij een dienst (rechtmatig) beëindigt voor het einde van de bedenktijd;  

-           Het modelformulier voor herroeping  , opgenomen in de bijlage van de Europese Richtlijn;  

-           Informatie over de omstandigheden waarin de consument geen herroepingsrecht heeft of mogelijkerwijs verliest.

Verder is het voor een eigenaar van een webshop van belang om te weten dat de zichttermijn uitdrukkelijk géén probeertermijn is. De koper mag de goederen dus niet hebben gebruikt als hij ze terugstuurt. De kosten van een eventuele retourzending mogen aan de consument worden doorberekend, mits u de consument daar vooraf duidelijk over heeft geïnformeerd.

Een webwinkeleigenaar krijgt onder de nieuwe regelgeving 14 dagen de tijd om de door de consument gedane betalingen te vergoeden als deze te kennen heeft gegeven dat hij de overeenkomst wil herroepen. Wanneer de verkoper de retour gezonden goederen echter nog niet heeft terug ontvangen, mag hij wachten met terugbetalen tot de goederen hem daadwerkelijk hebben bereikt óf tot de consument een bewijs kan overleggen dat hij de producten verzonden heeft. Ook eventuele extra bezorgkosten (bijvoorbeeld de kosten voor een verzending per express) mogen in geval van een retour zending aan de consument in rekening worden gebracht. Ook hier geldt weer dat dit alleen mag als de online winkelier de klant daar uitdrukkelijk over heeft geïnformeerd.

Voor bepaalde goederen en diensten geldt dat ze uitgezonderd zijn van het herroepingsrecht. De consument kan dan niet zomaar van de overeenkomst af. Het gaat dan onder andere om:

-           Producten die speciaal voor déze (dat wil zeggen: op diens aanwijzingen of volgens diens ontwerp) consument werden vervaardigd of die voor een specifieke persoon zijn bestemd; 

-           Producten die een beperkte houdbaarheid hebben; 

-           Producten die in verband met bescherming van de gezondheid of om redenen van hygiënische aard niet geschikt zijn om te worden terug gestuurd, terwijl de consument de gesealde verpakking inmiddels heeft geopend; 

-           Diensten die reeds tijdens de bedenktijd volledig werden uitgevoerd; 

-           Indien al met de nakoming  van een dienst werd begonnen met de uitdrukkelijk toestemming van de consument (denk hierbij bijvoorbeeld aan mp3-downloads, ringtones en games nadat ze zijn gedownload); 

-           Indien de consument in verband met de dienst uitdrukkelijk heeft verklaard afstand te doen van zijn recht tot ontbinding zodra de handelaar met de nakoming is begonnen. 

Het herroepingsrecht is dwingend van aard. Er kan dus niet ten nadele van de consument van worden afgeweken, ook niet in de algemene voorwaarden.

3. Gevolgen gebrekkige informatievoorziening

Het is van groot belang dat een webshopeigenaar de consument voldoende duidelijk de juiste informatie verstrekt. Doet een verkoper dat niet, dan heeft dat consequenties.

Heeft een webwinkelier de koper vooraf niet geïnformeerd over extra vracht- of leveringskosten, dan komen die kosten voor rekening van de winkelier. Laat de handelaar na de consument te informeren over het herroepingsrecht, dan kan hij de consument niet verplichten te betalen voor deels uitgevoerde diensten. Een online verkoper moet er verder bedacht op zijn dat het niet verstrekken van het modelformulier voor herroeping tot gevolg heeft dat een consument tot wel 12 maanden bedenktijd krijgt. Tot slot is nog van belang dat de consument niet gebonden is aan de overeenkomst indien de uitbater van de webwinkel nalaat de consument erop te wijzen dat zijn bestelling een betaalverplichting inhoudt.

Wilt u weten of u voldoet aan de nieuwe wetgeving voor webwinkels en wat er voor u mogelijk nog meer verandert? Neem contact met ons op!

-

14-02-2014 HvJ EU ‘Svensson’: Hyperlinken, framen en embedden van digitale content zonder toestemming rechthebbenden is (weer) toegestaan

Inleiding

Het Europees Hof van Justitie heeft deze week in de zaak Svensson vs Retrieverbepaald dat een website zonder voorafgaande toestemming van auteursrechthebbenden kan hyperlinken naar auteursrechtelijk beschermde werken die op een andere website vrij beschikbaar zijn. Dit geldt ook voor framen, inline linken en (waarschijnlijk ook voor) embedden, waarbij de indruk kan worden gewekt dat de website waarop (de link naar) het werk zich bevindt de bronsite is. De wijze waarop wordt gelinkt is derhalve niet relevant voor de vraag naar de toelaatbaarheid ervan. Ook het type auteursrechtelijk beschermde content waarnaar wordt gelinkt is niet van belang voor de vraag of voorafgaande toestemming geboden is: deze kan bijvoorbeeld bestaan uit tekst, muziek, foto, tekening of video. Toestemming is wel nodig indien er sprake is van een ‘nieuw publiek’ in de zin van de Auteursrechtrichtlijn.

1. 4 Prejudiciele vragen

Aanleiding voor de uitspraak vormden 4 prejudiciële vragen van de Zweedse Hoge Raad over de uitleg van het begrip: ‘mededeling aan het publiek’ in de context van linken naar andermans werk op internet. Hieronder de in het kader van de Svensson-zaak gestelde, mede in onderlinge samenhang te beschouwen  vragen aan het HvJ EU:

I. Is sprake van mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EGvan het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, wanneer iemand anders dan de houder van het auteursrecht op een bepaald werk, op zijn website een aanklikbare link plaatst naar het werk?
II. Is het voor het antwoord op de eerste vraag relevant of het werk waarnaar de link verwijst, is geplaatst op een website op het internet waartoe iedereen zonder beperkingen toegang heeft dan wel of de toegang op enige wijze is beperkt?
III. Moet bij de beantwoording van de eerste vraag onderscheid worden gemaakt tussen gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, wordt getoond op een andere website, en gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, aldus wordt getoond dat de indruk wordt gewekt dat het op dezelfde website verschijnt?
IV. Kan een lidstaat een ruimere bescherming bieden aan het uitsluitende recht van auteurs door onder het begrip "mededeling aan het publiek" een groter aantal handelingen te verstaan dan die welke zijn genoemd in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29?

2. Uitspraak Svensson vs Retriever: tweetrapsraket

Voor de vraag of het linken naar auteursrechtelijk beschermde content een openbaarmaking is in de zin van Richtlijn 2001/29/EG introduceert het Hof van Justitie EU in de Svensson-zaak een dubbele toetsing.

Allereerst dient er sprake te zijn van een mededelingshandeling (‘act of communication’) dan wel een directe beschikbaarstellingshandeling. Daarvoor is voldoende de ‘mogelijkheid tot toegang’, oftewel het plaatsen van een link. Niet nodig is derhalve dat er daadwerkelijk op de link wordt geklikt.

Daarnaast (cumulatief) dient er sprake te zijn van een openbaarmaking aan een ‘nieuw publiek’. Volgens het Hof kan een nieuw publiek niet snel worden aangenomen indien de werken op een bronsite (op ‘eigen’ servers) staan die vrij toegankelijk is, zoals bijvoorbeeld SoundCloud of Youtube. Volgens het Hof hebben de auteursrechthebbenden, toen zij toestemming verleenden tot openbaarmaking (bijvoorbeeld door muziek of video naar genoemde (vrij toegankelijke en gratis) websites te uploaden), hierbij alle gebruikers van het internet oftewel het gehele internet in aanmerking genomen. Door het linken ontstaat in ieder geval geen nieuw publiek. Zo zit het internet nu eenmaal in elkaar, zo redeneert het Hof. Daaraan doet (voorshands) niet af de wijze waarop er wordt gelinkt, dus zelfs al lijkt het (met name bij embedding, framing en inline linking) alsof de werken op de eigen servers staan, en niet op die van Youtube of SoundCloud, dan mag dit toch. De leer van het nieuwe publiek wordt derhalve niet verlaten, maar genuanceerd. Ook het winstoogmerk criterium kan in dit kader een rol spelen.  

Het Hof maakt daarbij wel het voorbehoud dat het expliciet om ‘vrij toegankelijke websites’ moet gaan. Wat (nog steeds) niet mag, vanwege het ontbreken van voorafgaande toestemming, is het linken naar auteursrechtelijk beschermde werken die achter een login of een paywall zitten, dus waarvoor het publiek normaliter zou moeten registreren, abonnee worden of betalen. Dit zou namelijk wel het oorspronkelijk door de rechthebbende bedoelde publiek vergroten. Beperkte toegangsmaatregelen mogen derhalve niet worden omzeild.

Is er voldaan aan deze tweetrapsraket (waar op dit moment met name vanwege de uitleg van het begrip ‘nieuw publiek’ niet snel sprake van zal zijn) dan hebben we te maken met een openbaarmaking aan een nieuwe publiek waarvoor voorafgaande toestemming nodig is van de rechthebbende(n).

Over de rechtmatigheid van content waarnaar wordt gelinkt laat zij zich overigens nog niet uit. In deze uitspraak geeft zij dan ook geen oordeel over linken naar illegale websites/content, zoals zoekmachines bijvoorbeeld plegen te doen.

Het Hof bepaalt tenslotte in reactie op vraag IV dat het de lidstaten niet is toegestaan een ruimere  uitleg van het begrip ‘mededeling aan het publiek’ te bezigen en daarmee houders van een auteursrecht meer bescherming te bieden. Dit in verband met het voorkomen van rechtsverscheidenheid (terwijl de Auteursrechtrichtlijn verschillen in wetgeving juist beoogt weg te nemen) en daarmee rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid binnen de Europese Unie. Deze uitspraak noopt waarschijnlijk tot aanpassing van de Franse en Duitse plannen voor de zogenaamde ‘Google-taks’, een wetswijziging die een vergoeding voor linken afdwingt.

3. Soorten content

In onderhavige casus ging het om tekst van journalisten. Het Hof zegt nog niet met zoveel woorden dat de dubbele toets bijvoorbeeld ook voor audiovisuele content geldt. Ik ga er op dit moment evenwel vanuit dat er geen onderscheid naar het soort auteursrechtelijke content behoeft te worden gemaakt. Wellicht speelt wel een rol of de content legaal of illegaal is (denk hierbij aan de rechtszaken die Stichting BREIN al een aantal jaren tegen nieuwsgroepen als UseNet, torrensites als The Pirate Bay en ISP’s (Internet Service Provider) als Ziggo voert). Wel van belang is uiteraard of de content zich (in een bepaald rechtsgebied) niet reeds in het publiek domein bevindt: dan behoeft er immers geen voorafgaande toestemming te zijn. Belangrijk is tenslotte dat het geen nieuwe kopie van een werk mag zijn: het moet gaan om een hyperlink naar de initiële openbaarmaking.

4. Soorten links

Het Hof maakt in het  Svensson-arrestgeen onderscheid naar het soort links en hanteert daarmee een techniekneutraal toetsingskader. In een andere zaak (‘BestWater’) waarbij de Duitse Hoge Raad (Bundesgerichtshof) vragen van uitleg heeft gesteld aan het Europese Hof van Justitie inzake embedding wordt een en ander naar alle waarschijnlijkheid weer wat verder genuanceerd. In deze kwestie gaat het erom of emdedding of framing (wederom van tekst) inbreuk maakt op een onbenoemd exploitatierecht vanwege mogelijke openbaring aan een nieuw publiek. Hyperlinken en embedden zijn verschillende technologieën die toch aan elkaar zijn gerelateerd. Bij sommige vormen van iframing lijkt het soms alsof er een nieuwe kopie van een werk wordt geopenbaard. Bij pop-ups en rss-feeds is de beleving net weer anders. Ligt het echter op de weg van het Unie-recht om auteursrechthebbenden te beschermen tegen mogelijke verwarring bij de consument? Wellicht introduceert het Hof in de BestWater case voor embedden een andere toetsingsmaatstaf en legt het verschillende criteria voor verschillende verschijningsvormen van linken naar content aan, waaraan nationale rechters vervolgens moeten toetsen.

Van verveelvoudigen (in tegenstelling tot openbaarmaken) kan in ieder geval geen sprake zijn indien men de werken niet op de eigen servers heeft staan (zoals het geval is bij het embedden van Youtube filmpjes) en er dus niet wordt gekopieerd. 

-

01-02-2014  Uitbreiding juridische dienstverlening

  

Vanaf heden verzorgen wij ook juridisch advies en procesrechtelijke vertegenwoordiging op het gebied van het huurrecht, consumentenrecht en internationaal privaatrecht. Zowel voor bedrijven als voor particulieren.

  

Huurrecht  , zoals het opstellen en controleren van huurcontracten met betrekking tot woonruimte, winkelruimte of een bedrijfspand. Opzegmogelijkheden van het huurcontract. Verder het checken van een huurovereenkomst, huurdersbescherming, pacht, verplichtingen van de verhuurder, verhelpen van gebreken, wanbetaling, ontbinding en schadevergoeding, ontruiming, onderhuur, koop breekt geen huur, goed huurderschap, verrekening, huurprijzen bedrijfsruimte, opzegging overeenkomst, bepaalde tijd en onbepaalde tijd, voortzetting en omzetting, jurisprudentie, zekerheid voor de verhuurder, bemiddeling bij huurconflicten;

 

Consumentenrecht  zoals de rechten en plichten van een consument bij het aangaan van een koopovereenkomst, het herroepingsrecht van 14 dagen en de Wet Koop op Afstand, bedenktijd en retourneren, bescherming van de consument als zwakkere partij, verzekeringspolissen, Europese Regelgeving, koop, opdracht en dienstverlening, oneerlijke handelspraktijken, reizen en financiële diensten, verzekeringsvoorwaarden;

 

Internationaal Privaatrecht: het recht dat in een internationale setting bepaalt in welk land (dus door welke rechter) welk recht moet worden toegepast op een bepaalde casus. Denk daarbij aan conflictenrecht, nationaliteitsrecht, internationaal huwelijksvermogensrecht, lex loci delicti en de afwikkeling van schadegevallen met een internationaal karakter.

Wanneer we te maken hebben met zaken met een internationale dimensie, zoals bij grensoverschrijdende rechten en belanghebbenden met verschillende nationaliteiten, spreken we van internationaal privaatrecht (IPR). IPR is nodig omdat het privaatrecht in ieder land verschillend is. Daarnaast komt het steeds vaker voor dat rechtshandelingen en rechtsfeiten zich niet beperken tot het territorium van één land.  Bij vragen van IPR moet onderscheid worden gemaakt tussen de vraag welke rechter bevoegd is (internationaal bevoegdheidsrecht of jurisdictierecht), en vervolgens welk recht die rechter moet toepassen (verwijzingsrecht of conflictenrecht). Tenslotte over de vraag of een vonnis ook in een ander land kan worden tenuitvoergelegd. 

 

Neem voor meer informatie over de mogelijkheden vrijblijvend contact met ons op.

 

-

 

07-01-2014 Belangrijke wettelijke wijzigingen per 1 januari 2014

 

Hieronder in vogelvlucht een aantal belangrijke veranderingen in wetgeving per 01-01-2014.

 

Overgang naar IBAN, aangiftebrief omzetbelasting verdwijnt, kantineregeling voor sportverenigingen verdwijnt, verhuurderheffing gaat (fors) omhoog, identiteitspas in de champignonsector, geen postbezorging meer op maandag, eigen risico zorgverzekering omhoog naar minimaal € 360,-, mestverwerkingsplicht veehouderijen, hogere door werkgevers te betalen premie voor tijdelijke werknemers in de Ziektewet, premiekorting voor werknemers jonger dan 27 jaar, voorwaarden jaaraangifte btw (omzetbelasting) gewijzigd, beloning verbetering energie-efficiëntie bedrijven door subsidie indirecte emissiekosten ETS, digitaal procederen bij de eKantonrechter, minimumleeftijd voor verkoop alcohol en tabak aan jongeren omhoog naar 18 jaar, uitbreiding meldplicht kilometerstanden voor APK keuringsstations, ondernemersplein voor digitaal zaken doen met de overheid, wettelijke zorgplicht financiële dienstverleners, maximumtarief voor een nieuw rijbewijs van € 38,48.   

 

Verhoging accijnzen, AOW-leeftijd omhoog, stijging bruto minimumloon naar € 1.485,60 per maand, stamrechtvrijstelling bij ontslagvergoeding vervalt - 80% regeling resteert, postzegelprijs omhoog, tarief eerste schrijf inkomstenbelasting gaat omlaag, griffierechten stijgen, hypotheekrenteaftrek wordt gefaseerd beperkt, schenkingsvrijstelling gaat omhoog, algemene heffingskorting wordt inkomensafhankelijk, arbeidskorting wordt inkomensgerelateerd, zuinige personenauto’s worden vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting, invorderingsrente wordt minimaal 4%.

 

Neem voor meer informatie of juridisch advies over deze of andere onderwerpen vrijblijvend contact met ons op.

 

-

 

09-12-2013 Vrije advocaatkeuze bij rechtsbijstandsverzekering?

Onlangs vroeg de Hoge Raad aan het Europees Hof van Justitie of de polisvoorwaarden van DAS Rechtsbijstand in strijd zijn met het Europees Recht. In die voorwaarden stelt DAS dat de verzekerde geen recht heeft om zelf uit te kiezen door welke jurist of advocaat hij zich gedurende een procedure laat bijstaan. Geen recht op vrije advocaatkeuze dus bij een DAS rechtsbijstandsverzekering in natura.

In een baanbrekende uitspraak van 7 november 2013 geeft het Hof antwoord op deze vraag: de polisvoorwaarden zijn in strijd met Richtlijn 87/344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering en het daarmee corresponderende art. 4:67 lid 1 Wet op het financieel toezicht. Volgens het Hof heeft de rechtsbijstand verzekerde weldegelijk recht om zelf uit te kiezen door welke advocaat of rechtsbijstandverlener hij zich gedurende een juridische procedure laat vertegenwoordigen. De verzekerde hoeft derhalve geen genoegen te nemen met een juridisch medewerker van DAS (een inhouse lawyer) zelf, maar mag zelf gaan shoppen, bijvoorbeeld voor een advocaat in de buurt.  

Voorwaarde is dat er een gerechtelijke of administratieve procedure dient te worden gevoerd waarin de belangen van de verzekerde moeten worden behartigd, vertegenwoordigd of verdedigd. De rechtsbijstandsverzekeraars, zoals DAS, ARAG, SRK of Achmea, mogen in hun polisvoorwaarden voorts geen maximum stellen aan het uurtarief van deze buitenkantoorse raadsman. Wel mogen ze een maximum stellen aan de kosten voor de gehele zaak.

De vrije advocaatkeuze is er volgens de uitspraak ook indien er geen verplichte procesvertegenwoordiging bestaat. Hierbij moet men denken (niet limitatief) aan zaken in eerste aanleg bij de Kantonrechter zoals arbeidsrechtelijke procedures  en kwesties van aansprakelijkheid en verzekering, alsook bepaalde bestuursrechtelijke aangelegenheden. Ook maakt het geen verschil of men zich door een jurist of een advocaat beoogt te laten bijstaan: er wordt met andere woorden geen onderscheid gemaakt naar het soort rechtshulpverlener.

Aanleiding voor de vragen van de Hoge Raad was een kennelijk onredelijk ontslagzaak (derhalve zonder procesmonopolie) waarin een (bij DAS) verzekerde met behulp van een door hem zelf gekozen advocaat een schadevergoeding van zijn voormalige werkgever wilde vorderen. DAS weigerde het verzoek en wilde de rechtzoekende werknemer door een eigen juridisch medewerker laten bijstaan. Vanwege de potentieel grote impact op de kosten van een rechtsbijstandsverzekering in Nederland, wilde de Hoge Raad over deze (tamelijk dogmatische) kwestie, in plaats van zelf direct een uitspraak te doen, eerst het Hof van Justitie raadplegen middels prejudiciële vragen.

Gevolgen van de uitspraak van 7 november 2013 zijn dat rechtsbijstandsverzekeraars hun polisvoorwaarden moeten aanpassen. Die zijn op dit moment op dit punt strijdig met de wet. Het Hof schaart zich aldus duidelijk achter de verzekerden: zij krijgen (meer) keuzevrijheid. Tempus omnia revelat : de tijd zal leren of de kosten van verzekerde juridische bijstand daadwerkelijk omhoog gaan. Zolang externe juristen en advocaten akkoord gaan met de door de verzekeraars geboden redelijke vergoedingen zal betaalbare juridische hulp niet in het gedrang komen, de premie niet (veel) hoger worden en zal toegang tot het recht in zijn algemeenheid niet aanzienlijk worden verminderd. 

Deze ontwikkeling is daarentegen juist wenselijk voor verzekerden die thans op basis van hun verzekering op zoek kunnen gaan naar kwalitatief hoogstaande rechtshulp in de buurt. Dat voorkomt teleurstellingen vanwege niet waargemaakte verwachtingen of onacceptabele situaties als een afwijzende houding jegens de cliënt of het laten verlopen van termijnen. Bovendien zijn externe bureaus door hun geringere omvang vaak flexibeler, responsiever en niet gebonden aan allerlei ingewikkelde protocollen.

Ook ons kantoor is in dit kader bereid om op basis van heldere afspraken en tegen een redelijke vergoeding samen te werken met rechtsbijstandsverzekeraars.   

-

29-11-2013 Het belang van maatwerk Algemene Voorwaarden

Het is in zijn algemeenheid verstandiger om maatwerk algemene voorwaarden te hanteren die volledig in lijn zijn met uw bedrijfsvoering. Model-voorwaarden komen in de regel een aardig eind in de richting, maar bieden u in veel gevallen minder bescherming dan waarop u had gehoopt. En kosten u daarmee meer geld dan u ermee beoogt te besparen.  

Op maat gemaakte voorwaarden bieden die bescherming wel, juist omdat ze zijn toegespitst op de bijzonderheden van uw onderneming en op de manier waarop u zaken wilt doen. Ik adviseer u, als u serieuze plannen heeft met uw onderneming / webwinkel, om er zelf niet aan te gaan knutselen. Laat dit door een specialist doen met kennis van zaken, dat scheelt u tijd - die u in uw core-business kan steken - en biedt bovendien meer zekerheid als het er echt op aan komt. Deze afweging moet u uiteraard zelf maken.  

Het is dus verstandig om uw algemene voorwaarden op merites te laten controleren door een gespecialiseerd jurist. Of ze in lijn zijn met uw bedrijfsvoering, of ze zijn afgestemd op beschikbare verzekeringsfaciliteiten en of ze niet in strijd zijn met geldende wet en regelgeving. Standaard AV van internet zullen u in de regel niet de bescherming bieden waarnaar u zoekt. De algemene voorwaarden zullen op punten ongeldig zijn indien ze ''onredelijk bezwarend'' zijn voor de klant/ wederpartij. De wet stelt op deze manier grenzen aan het beperken of uitsluiten van aansprakelijkheid. U kunt er dus niet zomaar alles in zetten wat u goeddunkt: u loopt dan het risico dat de algemene voorwaarden nietig of vernietigbaar zijn.  

Depot: 

Het deponeren van je algemene voorwaarden kan bij de rechtbank of bij de KvK. Als u uw AV hebt gedeponeerd kunt u bewijzen dat uw eigen set AV van toepassing zijn op de overeenkomst met de klant - mits u, in zijn algemeenheid, aan uw informatieverplichting hebt voldaan (''ter hand stellen'' van de algemene voorwaarden). Het depot heeft in dit verband een bewijsfunctie.  

Daarnaast fungeert het depot als een service naar potentiele klanten toe: zij kunnen uw algemene voorwaarden via deze weg inzien voordat ze bijvoorbeeld zaken met u gaan doen.  

Ter hand stellen: 

indien u een webwinkel heeft en de algemene voorwaarden niet aan een consument ter hand kunt stellen omdat er geen offerte of overeenkomst van opdracht aan vooraf gaat, kan worden volstaan met het uitdrukkelijk verwijzen naar downloadbare algemene voorwaarden, die voorafgaand aan de transactie door de klant actief moeten worden aangevinkt. De klant moet ze van te voren kunnen inzien door er op te klikken.  

Let op dit geldt alleen voor webwinkels! In overige gevallen geldt dat de algemene voorwaarden voordat een overeenkomst tot stand komt ter hand moeten worden gesteld. Anders zijn ze mogelijk niet van toepassing.

Het is in ieder geval niet voldoende om te volstaan met een zin met een linkje naar een .pdf.

-

 

09-11-2013 Grote verschillen in het Auteursrecht binnen de Europese Unie en daarbuiten   

 

Ondanks de implementatie van de Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij is er nog altijd sprake van grote verschillen binnen het wettelijk systeem van het auteursrecht en de naburige rechten van lidstaten van de Europese Unie. De Richtlijn beoogt, naast harmonisatie en voortbouwend op de multilaterale afspraken uit de Berner Conventie en de WIPO-Verdragen (World Intellectual Property Organization), de aanpassing van de wetgeving betreffende het auteursrecht alsook de naburige rechten aan de technologische ontwikkelingen en in het bijzonder aan de informatiemaatschappij. In dit kader worden in de Richtlijn drie hoofdgebieden behandeld te weten het reproductierecht, het recht van mededeling en het distributierecht. 

 

Hieronder een aantal zaken die nog niet zijn geharmoniseerd in Europees verband:

 

1. In het Duitse Auteursrecht wordt er geen onderscheid gemaakt tussen exploitatierechten en persoonlijkheidsrechten: deze zijn met elkaar verweven. Daardoor zijn auteursrechten in Duitsland niet overdraagbaar, zoals dat in Nederland en België wel kan. De zogenaamde Nutzungsrechte (exploitatierechten) kunnen wel worden gelicentiëerd. In de praktijk kan dit neerkomen op koop voor onbepaalde duur versus huur voor bepaalde tijd.

 

Dit terwijl het Duitse Auteursrecht bij de totstandkoming van de Nederlandse Auteurswet als voorbeeld heeft gediend. Recentelijke plannen om het Nederlandse Auteursrecht flexibeler te maken en tegelijkertijd de bescherming van intellectueel eigendom te waarborgen neigen wederom naar de Duitse aanpak. Dat is een goede zaak want auteursrecht is zowel drijfveer als voorwaarde voor innovatie in de muziek- en entertainmentindustrie.

 

2. In Nederland is een thuiskopie toegestaan terwijl dit in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk streng verboden is. Daar kent men het downloadverbod.

 

3. In het Verenigd Koninkrijk kan muziek collectief worden gelicentiëerd aan alle online en mobiele muziekdiensten in heel Europa. In andere Europese landen dient nog gebruik te worden gemaakt van een myriade aan individuele licenties. Buma/Stemra, Sena en de NVPI hebben inmiddels initiatieven ontplooid om zogenaamde combinatielicenties te kunnen verstrekken waarbij men bij 1 centraal loket terecht kan.

 

4. In sommige landen, zoals Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, verloopt de clearance van muziekrechten (bijvoorbeeld noodzakelijk bij audiovisuele producties) grotendeels via de collectieve rechtenorganisaties. In een aantal andere landen waaronder Duitsland, Italië en Spanje verloopt het toestemmingstraject grotendeels via de auteursrechthebbende (vaak de artiest, componist of het label) persoonlijk. Dit resulteert in een compleet verschillend onderhandelingsproces.

 

5. In zin algemeenheid kan men stellen dat de repartitieregelingen van de Europese zusterorganisaties van Buma/Stemra en met name Sena onderling behoorlijk van elkaar afwijken. Ook de handhaving van het auteursrecht in zijn algemeenheid is niet in iedere lidstaat op dezelfde wijze geregeld.

 

Ook tussen Nederland en de Verenigde Staten bestaan elementaire verschillen, zoals de duur van het auteursrecht; fair use bepalingen; verbodsrechten; educatieve doeleinden; het al of niet erkennen van public performance rights in online gameplaying, downloads en streams; auteursrechten in plaats van naburige rechten op de master recording; compulsory licenses; het vastleggen van copyrights etc. etc..

 

Het moge duidelijk zijn dat het bij ondertekening van een contract van groot belang is je ervan te vergewissen welk recht van toepassing is op de gemaakte afspraken. Schakel bij twijfel een in deze zaken gespecialiseerd jurist met ervaring in.  

 

-

 

01-10-2013 Herroepingsrecht Consumenten Wet Koop op Afstand

 

B2C binnen de EU

 

Particulieren die een product of dienst op internet kopen hebben een bedenktermijn van een week. Deze herroepingstermijn vindt zijn grondslag in de Wet Koop op Afstand (art. 7: 46a e.v. BW). Deze wet is een uitvloeisel van de Europese Richtlijn Consumentenrechten (97/7/EG). Het recht op ontbinding zonder reden binnen 7 dagen geldt alleen voor consumenten. Bedrijven hebben geen recht op cancelen, voor hun geldt gewoon de (koop)overeenkomst. In de EU bestaat er dwingend recht om consumenten te beschermen: een termijn van 14 dagen. Dwingend recht betekent dat daar niet bij overeenkomst (of algemene voorwaarden) van af kan worden geweken. Ook niet door de keuze voor een bepaald rechtssysteem. In 2014 zal de termijn in de Nederlandse wetgeving worden verlengd naar 14 dagen.

 

Omdat consumenten in de relatie met bedrijven als de zwakkere partij worden beschouwd gelden er uitgebreidere wettelijke informatieverplichtingen dan bij levering B2B, zoals de belangrijkste kenmerken van het product of de dienst, leveringskosten, een schriftelijke bevestiging van de bestelling en de uitvoeringstermijn. Daarnaast dient duidelijk te worden aangegeven waar klachten over de dienstverlening of het geleverde kunnen worden ingediend.

 

B2C buiten de EU

 

Nu is het zo dat ieder land buiten de EU zijn eigen consumentenbeschermende bepalingen heeft. Zo lang die niet strenger zijn dan de 14 dagen is er voor een webwinkelier die verkoopt aan consumenten van buiten de Europese Unie niets aan de hand. In Canada bijvoorbeeld geldt er een opzegtermijn van 10 dagen, dus die is minder stringent. In Texas geldt er een termijn van 3 dagen, nog strenger dus geen probleem mochten algemene voorwaarden een ruimhartiger periode aangeven.

 

Echter, Californië kent een termijn van 30 dagen. Wil een consument uit Californië derhalve na 21 of 30 dagen cancelen, dan kan de Nederlandse webshop owner daar niet met succes tegen inbrengen dat er in zijn algemene voorwaarden een ontbindingstermijn van 14 dagen is opgenomen. Vanwege het dwingend recht. Het maakt daarbij niets uit dat er in diezelfde algemene voorwaarden dan wel terms and conditions staat dat enkel NL recht van toepassing is – men kan dwingend recht van het land van de consument namelijk niet contractueel uitsluiten. Maar… hoe vaak zal dit in de praktijk voorkomen? Dit is uiteraard mede afhankelijk van de woonplaats van uw particuliere afnemers. Doet u veel zaken met het buitenland dan komt u vaker in aanraking met dwingende bepalingen van buitenlands recht. Wees u in ieder geval bewust van uw rechtspositie in deze.

 

Algemene Voorwaarden

 

Dus in verreweg de meeste gevallen kunt u (vanaf 2014) op de termijn van 14 dagen wijzen in het geval iemand (zijnde een consument) na langer dan 2 weken zonder reden wil cancelen. Werpt deze consument vervolgens tegen dat in zijn of haar land regels gelden die een ruimhartiger regime kennen (zoals ’uitzondering’ Californië), dan legt u zich, als dat ook daadwerkelijk het geval is (en dat is bijvoorbeeld te checken adhv het adres op de opzegbrief), daarbij neer. Handig daarbij is een lijst met opzegtermijnen per land.

 

Men ziet vaak een bepaling in algemene voorwaarden die aangeeft dat de ontbindingstermijn enkel voor consumenten binnen de Europese Unie geldt. Zou dit er niet staan dan geeft de webwinkel hiermee consumenten uit landen met een kortere opzegperiode, of zelfs geen opzegperiode (zoals de meeste Aziatische landen), meer ruimte en dat zou in theorie in het nadeel van de verkoper op afstand kunnen werken. Overigens kan er in de koopovereenkomst een bedenktermijn worden opgenomen van 14, 21 of zelfs 30 dagen, zolang die maar niet korter is dan de wettelijk verplichte 7 dagen. De ontbindingstermijn mag derhalve langer zijn dan het voorgeschreven minimum van 1 week (2 weken vanaf 2014).

 

Uitzonderingen op de Wet Koop op Afstand

 

Er bestaan een aantal belangrijke uitzonderingen waarbij de consument geen herroepingsrecht heeft. Bijvoorbeeld bij tijdsgebonden diensten of producten op maat, of goederen die naar hun aard niet kunnen worden teruggezonden. Er is nieuwe wetgeving in de maak die deze soorten goederen en diensten (zoals ringtones en games nadat ze zijn gedownload) benoemt (art. 7: 230p BW).

 

Dwingend consumentenrecht van buiten de EU kan echter (wederom) voorschrijven dat er, ondanks de uitzondering in de Nederlandse wet, toch bedenktijd is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer men levert aan consumenten uit de VS. Amerikaanse consumentenbeschermende wetgeving kan in die gevallen derogeren aan Nederlandse wetgeving.

-

21-09-2013 Beroepsaansprakelijkheidsverzekering? 

Vaak krijgen wij van ondernemers de vraag of ze naast een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB) ook een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV) moeten afsluiten. Het antwoord op deze vraag is betrekkelijk eenvoudig: dit hangt af van de door het bedrijf ontplooide activiteiten oftewel het beroep van de ondernemer.

Met een  bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeringbeschermt u uw bedrijf tegen de financiële gevolgen van een schadeclaim. U kunt zich met een  AVBverzekeren tegen schade die u of uw medewerkers onder werktijd toebrengen aan anderen. Voorbeelden hiervan zijn productschade, een ongeluk met een werknemer, een vaas omstoten of koffie morsen op een toetsenbord tijdens een zakelijke meeting bij de opdrachtgever. Kortom: zaakschade of personenschade (schade aan andermans spullen of aan mensen). Een  bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering issoort zakelijke WA-verzekering.

Beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen daarentegen zijn met name van belang bij adviserende beroepen. Hierbij moet u denken aan ambachten in de vrije sector zoals tandarts, accountant, architect, chirurg, advocaat, notaris, ingenieur, journalist, software programmeur, consultant, trainer en uitgever. Met een BAV beschermt u uw onderneming tot op zekere hoogte (geen opzet, aansprakelijkheidsverhogende bedingen en exoneraties) tegen beroepsfouten. Een voorbeeld van een beroepsfout is een chirurg die een medische misser begaat of een advocaat die een termijn laat verlopen.

Het doel van een dergelijke verzekering is om de risico’s van aansprakelijkheid voor vermogensschade af te dichten. Wij adviseren ondernemers om in ieder geval te investeren in maatwerk algemene voorwaarden in combinatie met een overeenkomst van opdracht. Hierin dekt u de specifieke risico's van uw beroepsmatige activiteiten casu quo de uitvoering van de opdracht zoveel mogelijk af. Ga bijvoorbeeld een inspanningsverbintenis aan in plaats van een resultaatsverplichting. U laat de algemene voorwaarden gelijktijdig, bijvoorbeeld aangehecht, met de overeenkomst van opdracht ondertekenen door uw opdrachtgever. Uiteraard is het mogelijk deze algemene voorwaarden in lijn te brengen met een eventueel aanwezige verzekeringsfaciliteit. Voor pro-active lawyering gecombineerd met risicoanalyse en risicobeheersing bent u bij ons aan het goede adres.

Maak daarnaast een calamiteitenpotje voor als er onverhoopt toch eens iets mis gaat. Gaat er niets mis dan bent u dat geld in ieder geval niet kwijt aan een dure verzekering die de schade wellicht niet eens (volledig) dekt. De afweging tussen een eigen potje in combinatie met goede contracten of een verzekering die bepaalde zaken afdekt moet de ondernemer in de regel zelf maken. Beide kan natuurlijk ook.

Voor bepaalde risicovolle metiers waarbij er doorgaans veel op het spel staat bestaat er een wettelijk verplichte (dan wel contractueel, of door de beroepsorganisatie waarvan men lid is verplicht gestelde) beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Dit geldt mede voor financieel adviseurs, advocaten en medici. Let wel: een beroepsaansprakelijkheidsverzekering vergoedt alleen zuivere vermogensschade. Deze vermogensschade is niet verzekerd door een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering: dit noemt men in AVB terminologie het ondernemersrisico.

-

08-09-2013  Plan van Aanpak

1. Plan van aanpak bij langdurige ziekte.

Re-integratie bij langdurige ziekte c.q. langdurig verzuim is in het belang van zowel de werkgever als de werknemer. Indien de werkgever, de werknemer en de arbodienst of bedrijfsarts van mening zijn dat de zieke werknemer weer aan de slag kan, dient uiterlijk in de 8e week na ziekmelding bij de arbodienst of bedrijfsarts een zgn. plan van aanpak te worden gerealiseerd. In dit plan van aanpak staan afspraken tussen werkgever en werknemer om re-integratie op de werkvloer zo spoedig en verantwoord mogelijk te bewerkstelligen. In het plan staat verder wat de werknemer nog wel kan en wat hij niet meer kan, de vooruitzichten, en wat het doel is van het plan van aanpak: gehele of partiële re-integratie. Ook omvat het plan overlegdata en een duidelijke planning van de verschillende activiteiten ter bevordering van re-integratie zoals coaching en aanpassingen op de werkvloer. Het opstellen van een plan van aanpak behoort tot de verplichte re-integratie inspanningen van de werkgever.

De bedrijfsarts op zijn beurt maakt een probleemanalyse. Een en ander wordt bijgehouden in het re-integratiedossier. Tenslotte maakt de werkgever een re-integratieverslag. Dit is, na de probleemanalyse, het plan van aanpak en het re-integratiedossier de vierde stap in het langdurig verzuim traject. Bij langdurige ziekte is de werkgever in beginsel verplicht tot 2 jaar loondoorbetaling. Zie hier het belang van een spoedige re-integratie. Na anderhalf jaar ziekte dient door de werknemer een WIA of IVA uitkering (afhankelijk van het percentage dat de werknemer kan verdienen van zijn oude loon) te worden aangevraagd bij het UWV.

2. Plan van aanpak algemene arbeidsrisico's.

Op grond van de Arbowet dient iedere werkgever een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) te doen. Hierin worden de specifieke arbeidsrisico's van het bedrijf inzichtelijk geïnventariseerd. Aan de hand hiervan wordt een plan van aanpak gemaakt waarin maatregelen worden voorgesteld om de gesignaleerde risico's aan te pakken. Ook worden hierin de kosten en de wenselijkheid van deze maatregelen beschreven. Dit plan van aanpak dient te worden onderscheiden van het plan van aanpak bij langdurige ziekte.

-

28-08-2013 Twee keer proeftijd of proeftijd verlengen bij nagenoeg dezelfde werkzaamheden, mag dit?

Nee, omdat de werkzaamheden sterk lijken op het eerdere takenpakket is een tweede proeftijd in beginsel nietig, met potentieel nadelige financiële gevolgen. Daarmee zet de werkgever namelijk een streep door de ontslagbescherming van de werknemer en dat wordt door de wetgever als ongewenst beschouwd.

Wat een werkgever wel kan doen is een contract voor bepaalde tijd afsluiten van bijvoorbeeld 2 of 3 maanden. Als het goed gaat biedt de werkgever na ommekomst van die periode een contract voor bepaalde tijd aan (eventueel met tussentijdse opzegmogelijkheid, waarbij beide partijen uiteraard de wettelijke opzegvereisten in acht dienen te nemen) met een langere looptijd (bijvoorbeeld 1 of 2 jaar), of zelfs een contract voor onbepaalde tijd.

De maximale proeftijd bij een contract voor bepaalde tijd van 1 jaar of korter is 1 maand, bij een arbeidsovereenkomst die 2 jaar of langer duurt is dat 2 maanden (art. 7:652 Burgerlijk Wetboek). Voor een contract voor onbepaalde tijd kan men derhalve ook overeenkomen dat de proeftijd 6 weken is. Belangrijk om te weten is dat de proeftijd niet langer dan 2 maanden mag duren, dat deze niet kan worden verlengd en dat bij dezelfde werkzaamheden slechts 1 proefperiode mag worden bedongen.

Let er goed op dat de titel die partijen boven een contract zetten (bijvoorbeeld een 0-uren contract), niet altijd overeenkomt met de inhoud die partijen aan de overeenkomst in de praktijk geven. Puntje bij paaltje geldt alsdan de inhoud die partijen aan hun rechtsverhouding geven, en niet die titel die boven het papier staat.

Let er bij een keten van contracten van bepaalde duur, zoals een jaarcontract, overigens wel op dat deze op een gegeven moment van rechtswege worden omgezet in een vast contract: een contract voor onbepaalde tijd. Een en ander afhankelijk van het aantal alsmede de duur van de bepaaldetijdscontracten. Zonder die omzetting zou de werknemer gevangen zitten in een draaideurconstructie en dat heeft de wetgever willen voorkomen.

-

26-07-2013 Betalingstermijnen wettelijk vastgelegd vanaf 16 maart 2013 

Met ingang van 16 maart 2013 gelden er wettelijke betalingstermijnen (Wet Bestrijding Betalingsachterstanden) bij handelstransacties tussen bedrijven onderling (b2b) en tussen bedrijven en de overheid. Deze nieuwe wet geldt niet voor consumenten.

De Wet Bestrijding Betalingsachterstanden beoogt te voorkomen dat bedrijven onnodig failliet gaan doordat schuldenaren te laat betalen. Daarnaast beoogt de wet het vertrouwen dat bedrijven hebben om met elkaar zaken te doen te vergroten. De wet is gebaseerd op een Europese richtlijn.

De nieuwe wet heeft geen onmiddellijke werking of terugwerkende kracht maar zogenaamde eerbiedigende werking en is daarmee van toepassing op betalingen bij handelstransacties uit overeenkomsten die zijn gesloten vanaf of na 16 maart 2013. De wet is niet van toepassing op handelstransacties die voor deze datum zijn overeengekomen. De wet geldt niet bij vorderingen tot schadevergoeding: enkel bij het leveren van goederen of het verrichten van diensten.

Indien er met de klant geen mondelinge of schriftelijke afspraak bestaat over een specifieke betalingstermijn (bijvoorbeeld 14 dagen na ontvangst van de factuur, of 14 dagen na ondertekening van de overeenkomst van opdracht, eventueel in combinatie met algemene voorwaarden), schrijft de nieuwe wet een betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur. Slechts bij schriftelijke overeenkomst kan een langere termijn van maximaal 60 dagen worden afgesproken. Dit geldt alleen voor handelstransacties tussen bedrijven onderling (b2b): de overheid dient altijd binnen 30 dagen te betalen. Van genoemde 60 respectievelijk 30 dagen mag slechts worden afgeweken in door de wet genoemde uitzonderingssituaties.

Blijft betaling uit en bestaat er geen contractueel incassobeding dan kan op grond van de nieuwe wet minimaal € 40,- (analoog de nieuwe Wet Maximering Incassokosten van 1 juli 2012) in rekening worden gebracht alsook de dan geldende wettelijke rente. Dit kan direct na ommekomst van de wettelijke betalingstermijn van 30 of 60 dagen: een aanmaning is hiervoor niet vereist.

Neem voor meer informatie over betalingstermijnen vrijblijvend contact met ons op. 

Neem vrijblijvend online contact met ons op. Wij nemen vervolgens direct online contact met U op.

__________________________________________________

Juridisch nieuws en juridische actualiteiten:

Copyright © 2011-2014 Online-Jurist.com All Rights Reserved. Online-Jurist.com is a business name of MusicaJuridica